De bewijsvoering tegen Urvin Nuto Wawoe in de Hato-shooting: wat ligt er op tafel?

WILLEMSTAD - Op 15 juli 2014 werd luchthaven Hato opgeschrikt door een schietpartij met automatische wapens waarbij twee mensen omkwamen en zeven onschuldige omstanders gewond raakten. Terwijl de uitvoerders al eerder zijn veroordeeld, moet het Gerecht zich nu buigen over de rol van Urvin Nuto Wawoe.
In het requisitoir van 25 juni ontvouwt het Openbaar Ministerie een uitgebreid bewijsdossier waarin Wawoe als uitlokker en medeopdrachtgever van de Hato-shooting wordt gepositioneerd. Dit artikel zet de bewijsvoering van het OM overzichtelijk op een rij.
Naast zijn vermeende betrokkenheid bij de Hato-shooting wordt Wawoe door het OM ook vervolgd voor andere ernstige feiten. Zo wordt hem leidinggeven aan de criminele organisatie No Limit Soldiers ten laste gelegd en verschillende moordaanslagen als wraak op de moord op zijn vriendin.
Verder wordt hij verdacht van het witwassen van crimineel verkregen vermogen en het faciliteren van valse identiteiten binnen het netwerk.
Bewezen verklaringen en vonnissen
De basis van de bewijsconstructie ligt in eerder uitgesproken vonnissen over de schutters en medeplichtigen. Die zijn volgens het OM integraal onderdeel van het bewijs tegen Wawoe. In paragraaf 2.3 van het requisitoir staat:
“In het vonnis wordt door het Gerecht vastgesteld dat Curtley Basilia banden heeft met de bende No Limit Soldiers (NLS) en dat de schutters lid waren van de NLS. In het vonnis van het Gerecht en later ook het Hof wordt tevens vastgesteld dat uit het dossier over de zogenaamde ‘Hato shooting’ kan worden opgemaakt dat de leiders van de NLS een beloning van Naf 1.000.000,- hebben uitgeloofd aan de uitvoerders.”
Het OM verbindt die leiderschapsrol van de NLS direct aan Wawoe. In paragraaf 1.3.5 wordt verwezen naar het vonnis van mededader Basilia:
“In het vonnis van Basilia, een van de mensen die bij de uitvoering van de moord is betrokken, staat dat de leiders van de NLS de opdracht hebben gegeven en een beloning van 1 miljoen gulden hebben uitgeloofd en dat ze ook beiden gezorgd hebben voor betaling aan de uitvoerders, degene die de tip had gegeven en aan advocaten.”
Het gaat om de moord op Erwin Juliana, alias Djais, die op de luchthaven werd neergeschoten. Hij werd door de NLS volgens het OM gezien als een leider van de rivaliserende groepering Buena Vista City.
Verklaringen van getuigen: Wawoe als leider
Het OM haalt in paragraaf 1.3.10 verschillende verklaringen aan waarin Wawoe wordt genoemd als leider van de organisatie en betrokkene bij de aanslag. Zo wordt getuige Martina geciteerd:
“In de HATO shooting is ene Martina gehoord en die verklaard dat de NLS invloed heeft in alle gevangenissen op de eilanden, dat Nuto en Quant de leiders van de NLS zijn, dat ze veel geld hebben om liquidaties te regelen en dat ze ook geld hebben betaald aan de schutters van de Hato shooting.”
Ook in paragraaf 1.5 wordt Wawoe’s leiderschapspositie benadrukt:
“Uit de Hato shooting komen Quant en Wawoe als leiders naar voren die de opdracht hebben gegeven uit verschillende verklaringen.”
Het OM plaatst Wawoe daarmee expliciet in een aansturende rol, ook al was hij zelf niet fysiek aanwezig op de plaats delict.
Geldstromen en opdrachten
Het OM claimt dat er ook financiële sporen zijn die naar Wawoe leiden. In paragraaf 1.4.4 wordt opgemerkt:
“Uit het recent gevoegde pv lijkt ook Wawoe te maken te hebben met het betalen van de schutters van de Hato shooting.”
In combinatie met zijn algemene positie binnen de NLS als leider, vormt dit voor het OM een cruciale schakel tussen opdracht en uitvoering.
Daarnaast zijn er citaten die duiden op hiërarchische verhoudingen binnen de organisatie. In paragraaf 1.5 zegt het OM over Wawoe:
“Wawoe zegt dat hij soldaten nodig heeft. Blijkbaar heeft hij de beschikking over soldaten. In gesprekken over een meisje die hij soldaat noemt zegt Wawoe: ze zit in mijn team. [...] Ook zegt Wawoe in een gesprek in het Spaans met een NN vrouw dat jongens niet loyaal zijn en als hij vrij komt hij ze uit zijn bende gooit.”
En verder:
“Ook de wijze waarop Wawoe praat met Bolan, bijvoorbeeld pak pen en papier de straat heeft een wake-up call nodig en regel dat. Geef me Bram en daar komt Bram.”
Relevantie van de bredere context
De Hato-shooting wordt door het OM niet als op zichzelf staand incident gepresenteerd, maar als onderdeel van een patroon van gewelddadige acties die de NLS kenmerkt. De operatie tegen Juliana wordt gelinkt aan een conflict over verdovende middelen:
“Meer specifiek zou het gaan om een door BVC gestolen partij verdovende middelen waarbij voorafgaande de Hato shooting al enkele schietpartijen hebben plaatsgevonden.” (par. 1.3.5)
De professionaliteit van de operatie wordt door het OM gepresenteerd als typerend voor een georganiseerde criminele organisatie:
“Het organiseren van dit strafbare feit en de wijze waarop deze beschieting is uitgevoerd en de nasleep ervan (verzamelen info over aankomsttijden op Hato, regelen van schutters, auto, vuurwapens, reserveploeg, betaling van deelnemers, familie en advocaten) duidt op een organisatie met een duidelijke rolverdeling.”
Conclusie: stevig, maar indirect bewijs
Volgens het OM is de bewijsconstructie helder: de schutters zijn veroordeeld, hun band met de NLS is vastgesteld, er is volgens het OM overtuigend bewijs dat de NLS-leiding de opdracht gaf en betaalde, en die leiding wordt gevormd door Quant en Wawoe. In paragraaf 1.6 stelt het OM:
“Het Openbaar ministerie heeft middels een veelheid aan bewijsmiddelen aangetoond dat er in de ten laste gelegde periode een criminele organisatie bestaat genaamd No Limit Soldiers die vertakkingen heeft over vele landen wier oogmerk drugshandel is met daarbij horend geweld en witwassen. Wawoe is blijkens het dossier een van de leiders van deze organisatie.”
Het OM presenteert een uitgebreid, consistent en contextueel stevig verhaal, waarin Wawoe niet als uitvoerder maar als intellectueel dader van de Hato-shooting wordt gepositioneerd.
De bewijsvoering is vooral sterk in haar samenhang en de rol die Wawoe structureel en hiërarchisch in de NLS zou hebben gespeeld. Toch blijft het bewijs voor zijn betrokkenheid indirect: de afwezigheid van een expliciete opdracht in tekst of audio maakt het bewijs vatbaar voor verweer.
Of dit voldoende is voor een veroordeling, zal afhangen van de waardering door de rechter van de verklaringen, de samenhang van de bewijsstukken, en de mate waarin die bewijsstukken wettig en overtuigend aan Wawoe kunnen worden gekoppeld.
Andere zaken





































